 |
|
|










|
 |

De geschiedenis staat bol van legendes en verhalen over parels,
ooit het kostbaarste product op aarde. Het privilege van keizers,
koningen en maharadja’s.
Parels waren het symbool van hun rijkdom en macht. Zo is er
het verhaal van Cleopatra die, om indruk te
maken op Marcus Antonius, een parel in een glas wijn vergruist
en opdrinkt. Omgerekend naar onze tijd vertegenwoordigt dit
aperitiefje, volgens de gegevens van Plinius, een kapitaal van
zo’n 12 miljoen euro. In de Middeleeuwen trok een ridder
liefst met een parel naar het slagveld. Deze talisman
moest geluk brengen, want men dacht dat het een gestolde traan
van een engel was. Letterlijk een geschenk van de hemel dus,
en daarom voorbestemd voor adel en clerus. Trouwens, in de Renaissance
was het de brave burger zelfs verboden ze te bezitten. Tijdens
de verovering van de Nieuwe Wereld ontstaat een ware pearlrush
bij de ontdekking van pareloesters in de meren van Centraal
Amerika. Jammer genoeg worden hierbij bijna al de zoetwaterpopulaties
uitgeroeid.
Gelukkig brengt rond deze tijd de Japanner Kokichi Mikimoto
dit wonderlijke product van de levende natuur weer in ieders
bereik. Hij brevetteert een methode om parels te kweken door
een kleine kern handmatig in het zachte vlees van een pareloester
in te brengen. De toevalsfactor wordt hierdoor omzeild en de
oester begint in een natuurlijke reflex parelmoer rond dat vreemde
lichaam af te zetten.
Na twee, drie jaar kan men een zogenaamde cultuurparel
oogsten. Dit is dan ook een zuiver natuurlijke parel, waarvan
enkel het groeiproces op gang werd gebracht door menselijke
interventie. Voor de rest zorgt nog steeds moeder natuur. Tegenwoordig
worden bijna alle parels op deze manier gekweekt. Van een normale
pareloogst is slechts 20% gaaf genoeg om als juweel dienst te
doen. Ongeveer 5% van deze parels kunnen we als topklasse beschouwen.
Een vrouw die een dergelijk parelsnoer bezit en draagt mag zich
erg gelukkig prijzen. |
|
 |
|